In België circuleren blijkbaar heel wat mythes omtrent biertypes. Die werden door de Nederlandse historicus Roel Mulder ontkracht top een lezing die de Vrienden van het Brouwershuis organiseerden in samenwerking met het Antwerps Bier College.
Stella Artois, bij voorbeeld, toont op zijn logo nogal uitdrukkelijk het jaar 1366, om aldus te verwijzen naar een zeer lange traditie. In werkelijkheid werd het merk pas in 1926 gelanceerd, toen het met hop gebrouwen Beiers bier de gruitbieren weg geconcurreerd had.
Abdijbieren
Ook de zogezegd historische oorsprong van de abdijbieren werd door Mulder onderuit gehaald. Volgens hem werd er 200 jaar geleden in België geen enkel kloosterbier geproduceerd.
Het waren de Trappisten van Westmalle die in 1836 met het brouwen ervan begonnen. Chimay begon als eerste abdij op grotere schaal te brouwen. De dubbel bestaat pas sinds 1922, de triple sinds 1933. Het concept werd al gauw gekopieerd door commerciële brouwers, tot een wet in 1962 de naam ‘Trappist’ voorbehield voor brouwsels die door abdijen werden geproduceerd.
Lambiek en Geuze
Lambiek en Geuze dan, die zogezegd alleen in de Zennevallei kunnen worden gebouwen. Dat het recept voor Lambiek zou dateren uit 1559, is volgens Mulder betwistbaar. “Het moet op vat worden bewaard, maar bewaren op vat dateert pas uit de 19de eeuw. In 1721 werd de eerste Faro gebrouwen, maar zowel Faro als Lambiek werden ook al in Nederland gebrouwen, onder meer door brouwerij Het Scheepje in Gorinchem.”
Pauwel Kwak dan, volgens de overlevering een koetsiersbier. De naam werd in 1980 verzonnen en het typische glas met bolvormige onderkant is gebaseerd op het Engelse ‘Yard of Ale Glass’, dat voornamelijk bij drinkfestijnen en speciale toasts werd gebruikt. (Foto: Hans Bombeke)