Het herdenkingsjaar Gilbert van Schoonbeke 2019. Een terugblik.

Hugo Soly

Ons bestuurslid Prof.Dr.Em. Hugo Soly zet in onderstaand artikel de reaslisaties van de Vrienden van het Briuwershuis gedurende het Gilbert van Schoonbekejaar 2019 nog eens op een rijtje.

Gilbert van Schoonbeke was in de twintigste eeuw een grotendeels vergeten figuur geworden. Niet in wetenschappelijke middens, waar hij als projectontwikkelaar-urbanist en industrieel ondernemer altijd op belangstelling mocht rekenen. Bij beleidsverantwoordelijken en bij het grote publiek geraakte hij evenwel in de vergeethoek. Letterlijk, want zijn buste gebeeldhouwd door Jan van Arendonk in 1864 werd in 1950 in de stadsmagazijnen opgeborgen en is vandaag onherkenbaar.

Het waren de inspanningen van de vzw ‘De Vrienden van het Brouwershuis’ onder voorzitterschap van Wilfried Patroons[1] die de aanzet tot een herdenkingsjaar gaven. De Vrienden stellen zich sedert 2002 tot doel om het kleinste en tegelijk merkwaardigste Antwerpse museum – het Brouwershuis of Waterhuis opgericht door Van Schoonbeke – te restaureren en weer toegankelijk te maken. In het kader van die doelstelling leek het evident om de stichter zelf in beeld te brengen. De herdenkingsidee kreeg in 2017 vaste vorm. Vanuit een heel andere hoek werden eveneens initiatieven ontplooid om het 500ste geboortejaar van Gilbert van Schoonbeke te herdenken. In de Nederlandse gemeente Veenendaal, waarvan het ontstaan met de industriële werkzaamheden van de Antwerpse ondernemer verband houdt, zag in 2017 de ‘Stichting Gilbert van Schoonbeke Veenendaal’ het licht, onder voorzitterschap van Saskia Koppert. Het doel was ‘het aangrijpen van de historie van Gilbert van Schoonbeke en zijn betrokkenheid bij het ontstaan van Veenendaal om het gevoel van verbondenheid en trots van de inwoners van Veenendaal te bevorderen alsmede dit naar buiten uit te dragen’. Er werden nog hetzelfde jaar nauwe banden tussen De Vrienden en de Stichting gesmeed, waarbij zowel het Antwerpse Stadsbestuur als het Veenendaalse College van Burgemeester en Wethouders de respectieve leden ontvingen. 

Parallelen met vandaag

De fundamenten waren gelegd. Het Antwerpse stadsbestuur aarzelde niet om de voorstellen van De Vrienden te steunen en ook zelf initiatieven te nemen. Dat wekt geen verwondering, want ‘herdenken’ impliceerde in dit geval reflecteren over uitdagingen die in heden en verleden bepaalde gelijkenissen vertonen. Antwerpen was in het midden van de zestiende eeuw een stad in volle beweging, een stad in transitie: economisch, demografisch, stedenbouwkundig, infrastructureel,…

Vandaag is Antwerpen ook een stad in volle beweging, in transformatie, zoals iedereen met eigen ogen kan constateren. Een herdenking spoort in dit geval dus aan tot een dialoog tussen heden en verleden. Het betekent tegelijk stilstaan bij een uitzonderlijk figuur, bij een ondernemer die op 37-jarige leeftijd overleed en die in vijftien jaar tijd complexe stedelijke problemen op het vlak van haveninfrastructuur, openbare werken, ruimtelijke ordening en watervoorziening wist op te lossen.

Ernst en luim

De nadruk lag tijdens het herdenkingsjaar op historisch-wetenschappelijke activiteiten, maar er werden ook meer ludieke evenementen georganiseerd die de aandacht van een breed publiek op bijzondere aspecten van Van Schoonbekes realisaties vestigden. Zo brouwde Hans Bombeke in de stadsbrouwerij Het Pakhuis met medewerking van het Antwerps Bier College-team het Gilbertbier, waarvan ook een Veenendaalse variant werd gepresenteerd; beide soorten (en smaken) werden samen verkocht.

Een ander memorabel evenement, georganiseerd door de Stichting Veenendaal, was de aankomst van het turfschip Helena – na een zesdaagse reis[2] – bij de Antwerp Royal Yachtclub op 6 juli, waarmee Van Schoonbekes turfbevoorrading van de steenbakkerijen in Hemiksem en de Antwerpse brouwerijen in het licht werd gesteld. Niet louter ludiek, ook instructief, maar toch vooral bedoeld voor een ruim en overwegend jeugdig publiek: het stripalbum dat op initiatief van Johan Bijttebier en Peter Gestels tot stand kwam. Onder de titel Gilbert van Schoonbeke, de bouwmeester van Antwerpen (Uitgeverij Vrijdag)tekende enpubliceerde Koen Aelterman een stripverhaal waarin hij systematisch verbindingen tussen heden en verleden legde. 

Concerten en lezingen

Met ‘Woensdagklanken’ leverde Clement Caremans, directeur/conservator van het Vleeshuis en het Museum Brouwershuis, een originele bijdrage aan het herdenkingsjaar. Van januari tot juli  kon men iedere laatste woensdag van de maand in het Vleeshuis uitvoeringen van componisten uit de Gouden Eeuw aanhoren. Het valt te betwijfelen dat Van Schoonbeke ooit zal tijd gevonden hebben om naar deze muziek te luisteren, maar dat is het punt niet: vele van zijn welgestelde tijdgenoten hebben dat zeker gedaan. In de schatkamer van het Museum presenteerde de Conservator bovendien een kleine maar goed samengestelde tentoonstelling met als focus ‘muziek en samenleving in de Gouden Eeuw’, die meer dan 20.000 bezoekers trok.

Er zijn tijdens het herdenkingsjaar vele lezingen over Gilbert van Schoonbeke gehouden. Soms voor besloten gezelschappen, soms voor een ruimer publiek. Johan Veeckman, hoofd van de stedelijke afdeling Onroerend Erfgoed, organiseerde vier lezingen over diverse aspecten van Van Schoonbekes leven en Nachleben, waarbij Hugo Soly de introducerende uiteenzetting in het FelixArchief gaf, met als thema ‘Een visionair ondernemer in Antwerpens Gouden Eeuw’. Soly gaf naderhand ook lezingen over hetzelfde thema of aanverwante thema’s, onder meer op de Campus van de Karel de Grote Hogeschool, in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience (de zogenoemde Nottebohmlezing ingericht door Johan Bijttebier), in de Sint-Laurentiuskerk (een initiatief van de vzw De Lei en de vzw Harmoniewijk), en in het Museum Plantin-Moretus (in het kader van Open Monumentendag).

Stadswandelingen en naslagwerk

De beste manier om snel inzicht te verkrijgen in Van Schoonbekes visie op ruimtelijke ordening en stadsplanning is eigenlijk in zijn voetsporen te treden. Immers, wie in grote delen van Antwerpen binnen de Leien wandelt zal constateren dat zijn grote vastgoedprojecten tot op de dag van vandaag hun oorspronkelijke ruimtelijke structuur hebben behouden en dat ze met uitzondering van de Stadswaag nog altijd de functie vervullen die Van Schoonbeke ze toebedeelde. Het vereist wel een goed gedocumenteerde gids, zoals Marcel Schoeters, die van maart tot december tal van geleide Van Schoonbeke-wandelingen heeft georganiseerd.

De samenwerking tussen De Vrienden en het Stadsbestuur resulteerde in de uitgave van een boek met als titel Gilbert van Schoonbeke. Visionair ondernemer in Antwerpens Gouden Eeuw onder redactie van Hugo Soly (Pandora Publishers), dat op 25 april aan de pers werd voorgesteld. In de eerste helft van dit rijk geïllustreerde werk wordt Van Schoonbekes korte maar gevulde loopbaan geschetst (Soly). De grote vastgoedprojecten worden onder de loep genomen: de Stadswaag, de Vrijdagmarkt, het Leikwartier (de residentiële wijk buiten de wallen met als hoofdas de Markgravelei), de urbanisatie van het gebied ten zuiden en ten westen van de Schuttershofstraat, wat de bouw van het Tapissierspand (op de plaats van de huidige Bourlaschouwburg) en de aanleg van de Graanmarkt inhield, en last but not least de creatie van een havenwijk in de Nieuwstad (het latere Eilandje).

Telkens wordt nagegaan waarom Van Schoonbeke deze initiatieven nam en waarom hij erin slaagde om ze op een zeer succesvolle manier te realiseren. Daarna komen zijn twee unieke industriële ondernemingen aan bod: een bouwtrust en een brouwerijcomplex. Van Schoonbeke was buitengewoon innovatief op organisatorisch vlak, maar hij moest op de daadwerkelijke steun van publieke autoriteiten en de financiële inbreng van vennoten kunnen rekenen om complexe, grootschalige en kapitaalintensieve ondernemingen tot stand te brengen. In de tweede helft van het boek wordt het zoeklicht op drie specifieke verwezenlijkingen van de ondernemer gericht: het Waterhuis als eeuwenlang centrum van waterdistributie, waarbij een nieuw licht op het ontstaan en vooral op de verdere uitbouw van de installaties wordt geworpen (Wim Van Craenenbroeck), het ‘brouwerskwartier’ in de Nieuwstad, waarbij onder meer wordt duidelijk gemaakt dat de economische en fiscale doelstellingen die Van Schoonbeke met zijn brouwerijcomplex had nagestreefd op termijn effectief werden gerealiseerd  (Ivan Derycke), en een archeologische visie op de nieuwe ‘Spaanse’ omwalling, die grotendeels door Van Schoonbeke werd geconstrueerd, waarbij zaken aan het licht komen die op basis van geschreven documenten moeilijk of niet te achterhalen zijn.  (Johan Veeckman en Karen Minsaer).

Spaanse omwalling

Enkele maanden later publiceerde het Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis Jaarboek7 van HistoriANT met het themadossier ‘Gilbert van Schoonbeke’ onder redactie van Hugo Soly. Na een korte inleiding door de redacteur behandelt Piet Lombaerde, voorzitter van het Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis, een probleem dat vooralsnog weinig aandacht heeft gekregen, namelijk hoe zijn de plannen voor Van Schoonbekes stedenbouwkundige concepten eigenlijk tot stand gekomen? Vervolgens presenteren Karen Minsaer, stadsarcheologe, en drie collega’s een nauwkeurig beeld van de monumentale resten van de ‘Spaanse’ omwalling op het zogenoemde Noorderlijntraject. Wim Van Craenenbroeck laat zien dat Van Schoonbeke de infrastructuur voor de waterdistributie ten laatste in de zomer van 1556 had uitgebouwd. Twee kortere bijdragen sluiten het dossier af. Karen Vannieuwenhuyze werpt licht op de discussies rond het gedenkteken gebeeldhouwd door Jan van Arendonk – Van Schoonbeke was ook in tweede helft van de negentiende eeuw een controversieel figuur. Steven van Impe maakt een interessante vergelijking tussen de foto’s die Edmond Fierlants in de jaren 1860 van bepaalde onderdelen van de Spaanse omwalling nam met de eveneens bekende gravures van Jozef Linnig.

Veenendaalse brochure

Inmiddels had de Stichting in Veenendaal een goed gedocumenteerde brochure gepubliceerd: Ik ben Gilbert. De rol van Gilbert van Schoonbeke voor het ontstaan van Veenendaal (Stichting Gilbert van Schoonbeke), onder redactie van Jaap Pilon en Janneke van den Berg. Een werkgroep had grondig historisch onderzoek verricht en een groot aantal relevante archivalische en gedrukte bronnen verzameld die licht zouden kunnen werpen op twee problemen: (1) kan Van Schoonbeke als stichter van Veenendaal worden bestempeld, en (2) zijn vooral Vlaamse arbeiders door zijn ‘Compagnie van de Moeren’ naar dit gebied gehaald?

Op beide vragen gaf de werkgroep een ontkennend antwoord. In het kader van deze terugblik is het niet mogelijk argumenten en tegenargumenten af te wegen, maar het dient toch te worden opgemerkt dat de zaken wat gecompliceerder zijn dan de werkgroep suggereert. Er zijn inderdaad geen bronnen aangetroffen die aantonen dat Van Schoonbeke ooit een voet in het (latere) Veenendaal heeft gezet, maar er zijn wel bronnen waaruit blijkt dat hij het betrokken gebied heeft bezocht. Het is juist dat ‘in geen enkele bron gewag wordt gemaakt van Vlaamse arbeiders’, maar we weten dat de Antwerpse directeur van de Compagnie ‘ons volck’ in drie groepen naar de keizerlijke moeren stuurde en dat de Compagnie vijf ruime gebouwen oprichtte en van huisraad voorzag, wat in ieder geval wijst op het feit dat het om migranten ging.

Tentoonstelling

Eén van de belangrijkste initiatieven genomen door het Stadsbestuur in het herdenkingsjaar was de organisatie van een tentoonstelling. Erik Robert, directeur van het Museum Maagdenhuis, verklaarde zich bereid om voor de locatie in te staan en voor praktische ondersteuning te zorgen. Als curator kon een beroep worden gedaan op Jeroen Puttevils, docent aan de UA, specialist inzake zestiende-eeuwse Antwerpse economische geschiedenis. Hoewel hij het met zeer bescheiden personele, financiële en materiële middelen moest stellen slaagde hij er toch in een boeiende tentoonstelling op te bouwen.

Dank zij vormgever Hendrik de Leeuw kon de beperkte tentoonstellingsruimte op een optimale en originele manier worden benut. Precies omwille van de beperkte ruimte opteerde de curator voor een scherpe inhoudelijke focus, zoals de ondertitel van de tentoonstelling aangaf: ‘Gilbert van Schoonbeke. Rijk worden op de werf van de Gouden Eeuw’ (7 juni-8 september). Dat werd onder meer gevisualiseerd door op de vloer de winsten te vermelden die de projectontwikkelaar realiseerde. Een legitieme optie, want Van Schoonbeke vergaarde in een recordtijd een fortuin, maar het was niet altijd mogelijk in de tentoonstelling duidelijk te maken welke structurele factoren daarbij een rol speelden. Dat gold eveneens voor de persoonlijke factoren, zoals Van Schoonbekes inzicht in ruimtelijke ordening en stadsplanning. In de kleine brochure die bij de tentoonstelling hoorde werd wel één en ander genuanceerd.

Vloeibaar ondernemerschap

De samenwerking tussen De Vrienden en het Departement Geschiedenis van de Universiteit Antwerpen is zeer hecht geweest. Ze kwam onder meer tot uitdrukking in de organisatie van het internationaal symposium: ‘Vloeibaar ondernemerschap. De stedelijke zoektocht naar drinkwater voor 1800’,  dat op de steun van André Gantman, voorzitter van Water-Link nv mocht rekenen. De initiatiefnemer was Tim Soens, gewoon hoogleraar, specialist inzake ecologische geschiedenis, die in herinnering bracht dat Gilbert van Schoonbeke aan de wieg stond van de eerste waterleiding in de stad, meer dan drie eeuwen voor Antwerp Water Works Cy Ltd. – vandaag Water-Link nv – de ‘moderne’ waterleiding begon uit te werken.

Het doel van het symposium was ‘stil te staan bij de vroege zoektocht naar drinkbaar water in de stad, de betekenis van “ondernemerschap” in water en de relevantie van het stedelijk waterverleden voor de watervoorziening vandaag’. In de eerste sessie van 28 november stonden de Lage Landen centraal. Twee meer algemene problemen werden behandeld: de ‘gekruiste’ geschiedenis van wijkputten en waterleidingen, door Ric Janssens (UA) en een milieuhistorische benadering van drinkwatertekort en aanpassing aan klimaatverandering in Nederland, door Petra Van Dam (VU Amsterdam) en Milja van Tielhof (Huygens ING). Vervolgens richtten Roos van Oosten (ULeiden) en Chloé Deligne (ULB Brussel) het zoeklicht op drinkwater in respectievelijk Brugge en Brussel. In de tweede sessie werd een Europees perspectief geopend. Carrie van Lieshout (University of East Anglia) besprak de relatie tussen water en ondernemerschap in het vroegmoderne Engeland, terwijl Ansgar Schanbacher (Universität Göttingen) watermanagement en waterconflicten in het vroegmoderne Braunschweig en Würzburg behandelde.

De derde sessie tenslotte had de uitdagende titel: ‘Verleden en toekomst van water in Antwerpen’. Nadat Wim van Craenenbroeck de Antwerpse watervoorziening in een lang-termijn-perspectief had geplaatst (1556-1956), opende Steven de Schrijver (Water-Link) een toekomstperspectief op drinkwater in en rond de stad, en maakte Patrick Willems (KULeuven) de toehoorders duidelijk met welke toekomstige uitdagingen inzake klimaatverandering en water ze zullen moeten rekening houden. Hopelijk worden de referaten van dit boeiende symposium spoedig gepubliceerd.  

Urbanistische prijs

Rekening houdend met de innovatieve manier waarop Van Schoonbeke economische en residentiële ontwikkelingen wist te combineren, hebben De Vrienden er zorg voor gedragen dat stedenbouwkundige/urbanistische aspecten in het herdenkingsjaar aan bod zouden komen. Paul Warmenbol en Peter Gestels hebben daartoe een ‘Gilbert van Schoonbeke 2019 International Planning Award’ ingesteld, met als doelstelling ‘het bekronen van gerealiseerde, dan wel in uitvoering zijnde, binnenstedelijke ontwikkelingen die een samengaan uitdrukken van economische en residentiële ontwikkelingen en een hoog kwaliteitsniveau halen wat betreft duurzame toepassingen en ruimtelijke planning’.

In de oproep tot kandidatuurstellingen werd beklemtoond dat de focus zou komen te liggen op binnenstedelijke ontwikkelingen van wijken in Europese steden gelegen binnen een perimeter van 1519 km rond Antwerpen, waarbij het diende te gaan om een kernstad vergelijkbaar met de (variabele) grootte van Antwerpen in de Gouden Eeuw. De prijs – ten bedrage van 10.000 Euro – stond open voor ruimtelijke planners, architecten, ingenieursbureaus, projectontwikkelaars en stedelijke overheden, en bij voorkeur voor een samengaan van deze spelers in een ruimtelijk project. De jury bestond uit Christian Rapp, Antwerps stadsbouwmeester, Myriam Heuvelmans, algemeen directeur VESPA, Bas Smets, landschapsarchitect, Frederik Lesire, bestuurder Real Estate Society, en Johan Huibers, architect.

De projecten werden beoordeeld op basis van drie criteria: inhoudelijke elementen, plan van aanpak en de relatie duurzaamheid-ruimtelijke planning. Op 9 december werd de prijs in de lokalen van VOKA-Kamer van Koophandel Antwerpen toegekend aan Turnova: het nieuwe stadsdeel dat verrijst pal in het centrum van Turnhout, op de site  van de voormalige drukkerij Brepols; op een terrein van bijna 4 ha komen daar 250 woningen en een veertigtal winkels, een hotel, drie pleinen, een ondergrondse parking, en last but not least een culturele infrastructuur. Dit alles op basis van een innovatieve invulling van een zogenoemde Publiek Private Samenwerking (PPS), een samenwerkingsvorm die Van Schoonbeke en het stadsbestuur voor de urbanisatie van de Nieuwstad toepasten. 

Landschapsprijs

In Veenendaal schreef de Stichting eveneens een projectprijsvraag uit, maar het plangebied daar had een landschappelijk in plaats van stedelijk karakter. Daarom luidde de doelstelling: ‘Het creëren van een ontmoetingsplaats met een rijke biodiversiteit waarbij stadslandbouw gecombineerd wordt met recreatieve mogelijkheden (wandelpaden e.d.)’. Winnaar was het Antwerpse Ontwerpbureau Omgeving met het project ‘Een turfweide voor Veenendaal’. Waarom een landschapsmonument of land art project? Omdat ‘de turfweide op een schilderachtige manier de identiteit van Veenendaal [onthult]. Ze vertelt een verhaal over het verleden. Terzelfdertijd vormt het een plek waar ook aandacht is voor de uitdagingen van morgen: het verlies aan biodiversiteit, de verandering van het klimaat en de sociale ongelijkheid’. Van turf als brandstof naar turfweide: dialoog tussen verleden en heden.

Het moge duidelijk zijn dat Gilbert van Schoonbeke na dit herdenkingsjaar niet meer zal worden vergeten. Het heeft bovendien een rijke oogst aan nieuwe inzichten in deze visionaire ondernemer en zijn economische activiteiten opgeleverd. Is daarmee het laatste woord over Van Schoonbeke gevallen? Zeker niet. Sommige aspecten blijven voer voor (soms verhitte) debatten vormen. Stichter van Veenendaal of niet? Lokale turfgravers of Vlaamse arbeiders? Ondanks de publicatie van zoveel documenten in Ik ben Gilbert is men er in Veenendaal nog niet uit. Er kunnen andere voorbeelden worden gegeven. Belangrijker lijkt me echter dat het herdenkingsjaar geen aanzetten tot nieuw comparatief onderzoek heeft te zien gegeven.

Daarmee doel ik in eerste instantie op vergelijkingen tussen Van Schoonbekes stedenbouwkundige en/of industriële realisaties en wat elders in het zestiende-eeuwse Europa tot stad kwam – of niet tot stand kwam, en waarom. Niet minder frappant is dat nog altijd geen pogingen zijn ondernomen om periode-overschrijdend tewerk te gaan. Antwerpen werd in de negentiende eeuw opnieuw een wereldhaven en na de afbraak van de ‘Spaanse’ omwalling in de jaren 1860 werden er nog veel grootschaliger immobiliënprojecten aangevat dan in de Gouden Eeuw. De aanleg van sommige nieuwe wijken is vanuit architecturaal en/of urbanistisch oogpunt bestudeerd, maar vragen naar de economische en financiële aspecten blijven open. Vergelijkingen tussen de bloeiperiode van de zestiende eeuw en de late negentiende eeuw zouden naar mening nieuwe perspectieven kunnen openen. (Tekst: Hugo Soly, foto: Hans Bombeke)


[1] In 2019 had de vzw de volgende leden: Wilfried Patroons (voorzitter), Hans Bombeke (secretaris), Peter Gestels (penningmeester), Johan Bijttebier, Clement Caremans, Marcel Schoeters, Hugo Soly, Wim van Craenenbroeck, Els van der Hallen en Paul Warmenbol. Ereleden waren (en zijn): baron Eddy Bruyninckx, graaf Paul Buysse, Prof. Em. Hélène Casman, ereburgemeester Bob Cools, barones Francine de Nave, eredirecteur KMSKA Paul Huvenne, Christian Leysen, Prof. Em. Christine Vanbroeckhoven,  eredirecteur Letterenhuis Leen van Dijck en Rector UA Herman van Goethem.

[2] De etappes op de route waren: Wijk bij Duurstede, Vreeswijk, Schoonhoven, Dordrecht, Willemstad, Bruinisse en Yerseke. Het traject Yerseke-Antwerpen werd gesponsord door de Antwerpse Scheepvaarvereniging (ASV), de beroepsorganisatie van scheepsagenten.